Menu Close

Het Leven en Werk van Srila Prabhupada H1-1

Hoofdstuk 1 – Een leven in voorbereiding India 1896-1965

Een baby die de wereld zou veranderen
Op 1 september 1896 werd in Calcutta, India, een jongetje geboren in een familie van godvruchtige Vaishnava’s. Deze dag zou later voor vele duizenden een ongekende omwenteling in hun leven gaan betekenen. Het was de dag waarop onze dierbare Srila A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada in deze wereld kwam.
Srila Prabhupada’s vader heette Gour Mohan De en zijn moeders naam was Rajani. Zij noemden hun zoontje Abhay Charan, wat betekent ‘zonder angst aan de voeten van de Heer’. Volgens de Bengaalse traditie was de moeder naar het huis van haar ouders gegaan om te bevallen, en zo kwam het dat Abhay Charan geboren werd in een klein huisje aan de oever van de Adi Ganga, onder een jackfruit boom. Een paar dagen later keerde Abhay met zijn ouders terug naar hun huis aan Harrison Road 151.
Een astroloog trok een horoscoop voor het kind en de familie was ongelooflijk gelukkig met de gunstige uitslag. De astroloog maakte een specifieke voorspelling: “Als dit kind de leeftijd van zeventig jaar bereikt zal hij de oceaan oversteken, een groot exponent van religie worden en 108 tempels openen.”

Zo vader, zo zoon
Gour Mohan had een textielwinkel. Voordat hij aan het eind van de dag zijn winkel afsloot zette hij altijd een kom rijst midden op de vloer voor de ratten, zodat ze niet aan de stoffen zouden gaan knagen. Als hij ‘s avonds thuiskwam hield hij een eredienst voor de murti’s ofwel Godsgedaanten op het huisaltaar. Abhay en de andere kinderen werden dan wakker van het getinkel van de bel die hun vader gebruikte om te offeren en zagen Gour Mohan neerbuigen voor Krishna op het altaar.
Later zou Prabhupada zijn vader beschrijven als een zuivere toegewijde van Heer Krishna. Hij had zijn hele leven nog nooit vlees, vis, eieren, koffie of thee aangeraakt. In de Veda’s wordt uitgelegd dat een geboorte in een Vaishnava-familie de meest gunstige basis is voor een rijk geestelijk leven. Voor Abhay Charan’s ouders en voor vele andere Indiërs in die tijd was het heel gewoon om alles in hun leven te zien in het licht van hun religie, het Vaishnavisme. Zij volgden de richtlijnen zoals deze zijn gegeven in de heilige geschriften, de Veda’s. Het resultaat hiervan is dat het mogelijk wordt om een werkelijke relatie met de Allerhoogste Godspersoon, Sri Krishna, te ervaren.

Srila Prabhupada: A Child Sent by Krishna

Moeders lieveling
Net als Gour Mohan behandelde ook Rajani Abhay als haar troetelkind. Terwijl haar echtgenoot zijn liefde tot uiting bracht door toegeeflijk te zijn en door plannen te maken voor een voorspoedig geestelijk leven voor zijn zoon, kwam haar liefde tot uiting in haar pogingen Abhay van alle gevaren, ziekte en dood te vrijwaren. Toen Abhay geboren werd, legde zij de gelofte af, dat ze met haar linkerhand zou eten tot de dag waarop haar zoon dat zou opmerken en haar zou vragen waarom ze met de verkeerde hand at. Toen de kleine Abhay deze vraag op zekere dag dan ook stelde, hield ze er onmiddellijk mee op. Het was gewoon een middel geweest om zijn leven te beschermen. Ze dacht namelijk dat hij door de kracht van haar gelofte op zijn minst zou opgroeien tot hij haar ernaar zou vragen.
Vaak nam zijn moeder hem mee naar de Ganges om hem persoonlijk te baden. Toen hij dysenterie kreeg, genas ze hem met hete puri’s en gebakken aubergine met zout. Soms was Abhay koppig: als hij ziek was, weigerde hij elk medicijn. Maar zijn moeder was net zo vastbesloten als hij koppig was en dwong hem de medicijnen in te nemen. Als Abhay niet naar school wilde, was zijn vader zoals altijd toegeeflijk, terwijl Rajani voet bij stuk hield en zelfs iemand liet komen om hem naar school te brengen.
Toen Abhay zes jaar was vroeg hij zijn vader of hij zelf een murti mocht hebben om te vereren. Dit deed Gour Mohan veel plezier en tot Abhay’s vreugde kocht zijn vader Radha-Krishna murti’s voor hem. Vanaf die tijd offerde de jongen alles wat hij at eerst aan Radha en Krishna, deed hij arati zoals hij het zijn vader had zien doen en legde hij de murti’s iedere avond te rusten.

Een eigen ratha-yatra
Ook was Abhay erg aangetrokken tot het ratha-yatra festival, ratha-yatra is een jaarlijks terugkerende religieuze parade met enorme praalwagens waarop de murti’s van Jagannatha, Subhadra en Baladeva door de stad worden gereden, zodat iedereen Hen kan zien. Abhay verlangde ernaar om zijn eigen ratha-yatra wagen te hebben opdat hij ook een festival kon houden. Vanzelfsprekend klopte hij bij zijn vader aan om hulp.
Gour Mohan kocht voor Abhay een oude wagen die ze samen opknapten, totdat het een exacte replica was van de torenhoge ratha-yatra wagens die in Jagannatha Puri over Harrison Road ratelden.
Vervolgens organiseerde Abhay zijn eigen ratha-yatra festival dat, net als in Puri, acht dagen duurde. Niet alleen buurtvriendjes werden in het spel betrokken, ook de ouders lieten zich niet onbetuigd en zorgden voor eten en drinken om uit te delen. Zo betrok hij hen allen in toegewijde dienst aan Heer Sri Krishna.

The Prabhupada Story--Part 1 | Krishna.org

Goura Mohan’s verlangen
Natuurlijk ging Abhay ook naar school. Daarnaast kreeg hij privé-les in Sanskriet en Bengali en liet Gour Mohan een professionele mridanga-speler aan huis komen die zijn zoon verschillende mridanga-ritmes moest leren. Zijn moeder, Rajani, vond het niet zo belangrijk. Ze wilde dat haar zoon als hij ouder was naar Engeland zou gaan om advocaat te worden. Maar Gour Mohan wilde er niets van weten. Hij had van het begin af aan duidelijke plannen om zijn zoon als toegewijde van Krishna op te voeden.
De familie De had dikwijls sadhu’s te gast aan tafel, en steevast vroeg Gour Mohan hen of ze Abhay wilden zegenen, zodat Srimati Radharani hem op Haar beurt Haar zegen zou geven. Gour Mohan wilde een zoon die zou opgroeien met het zingen van bhajans, het bespelen van de mndanga en het spreken over Srimad-Bhagavatam.

Studie en politiek
In 1916 begon Abhay zijn studie aan het Scottish Churches’ college, een goed aangeschreven Britse school met voornamelijk sobere priesters als leraren, waar hij een goede, Engelstalige opleiding genoot.
In die tijd werden de protesten tegen de ongewenste aanwezigheid van de Britten in India steeds omvangrijker. Ook Abhay was actief in de onafhankelijkheidsbeweging en weigerde uit protest zijn diploma in ontvangst te nemen. Desondanks kon hij gaan werken als afdelingchef in een geneesmiddelenfabriek.
In 1922, Abhay was toen 26 jaar, vroeg één van zijn vrienden, Narendranatha Mullik, hem of hij mee wilde gaan naar een lezing die een bijzondere sadbu in de buurt zou geven. Abhay was niet erg enthousiast. In zijn jeugd had zijn vader regelmatig zogenaamde sadhu’s op bezoek gehad en deze hadden nooit zoveel indruk gemaakt op Abhay. Toch bleef zijn vriend aandringen en tenslotte gaf hij toe. Het werd een ontmoeting die hij nooit zou vergeten.

De uitdaging
Abhay werd door zijn vriend meegevoerd naar een tempel van de Gaudiya Matha, een spirituele organisatie ter verbreiding van het Krishna-bewustzijn met centra in heel India. Die avond zou er een bijeenkomst plaatsvinden waar Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura, zoon van de illustere Vaishnava Srila Bhaktivinoda Thakura en stichter van de Gaudiya Matha, zou spreken.
Toch wel nieuwsgierig geworden, bracht Abhay zijn eerbetuigingen aan de verheven toegewijde. Hij was nog niet overeind gekomen of de sadbu sprak tot hen: “Jullie zijn jonge, ontwikkelde mensen. Waarom trekken jullie er niet op uit om overal ter wereld de boodschap van Heer Caitanya te gaan prediken?”
Abhay was compleet verrast. Ze hadden nog geen woord gewisseld of deze sadbu had hun al verteld wat ze moesten doen! Hij was onder de indruk, maar besloot zich niet zomaar gewonnen te geven. Door zijn kleding had Abhay zich al laten kennen als een volgeling van Gandhi’s onafhankelijkheidsbeweging.
Hij kon het niet nalaten om te zeggen: “Wat voor nut heeft het om Sri Caitanya’s boodschap te prediken terwijl we nog een afhankelijk land zijn? India moet eerst onafhankelijk worden. Hoe kunnen we de Indiase cultuur verspreiden zolang we nog onder het Britse bewind leven?”

Het meest urgente welzijnswerk
Maar Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati gaf geen duimbreed toe: “Krishna-bewustzijn is zó belangrijk, zo buitengewoon belangrijk, dat het niet kan wachten op een ander politiek bewind, of een andere leider. Het kan eenvoudigweg niet wachten. Krishna-bewustzijn is de eeuwige werkelijkheid van de ziel. Geen enkel door mensen bedacht politiek systeem kan de mensheid werkelijk helpen. Echt welzijnswerk moet veel verder gaan dan de zorg voor het tijdelijke. Het moet de mens voorbereiden op zijn volgend leven en op zijn eeuwige relatie met de Allerhoogste.”
Abhay luisterde ademloos naar de krachtige presentatie van Srila Bhaktisiddhanta. Zijn argumenten, versterkt door diverse citaten uit de vedische geschriften, overtuigden Abhay op een dieper niveau van de waarheden die zijn vader hem al van kinds af aan had voorgehouden. Na slechts tien minuten te hebben doorgebracht in de

aanwezigheid van deze Vaishnava, voelde hij zich meer een volgeling van Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati en minder een nationalist. Hij wist dat hij intellectueel verslagen was, maar voelde zich buitengewoon voldaan. Na afloop vroeg zijn vriend, die nogal tegen hem op keek, wat Abhay van de sadhu had gevonden.
Zonder aarzelen antwoordde hij: “Hij is geweldig! De boodschap van Sri Caitanya Mahaprabhu is in handen van een zeer deskundig iemand”.

Sadhu-sanga
Abhay sloot vriendschap met de toegewijden van de Gaudiya Matha en ging vanaf dat moment regelmatig bij hen op bezoek. Hij steunde de toegewijden ook zoveel hij kon, met de inkomsten die hij uit zijn werk verkreeg. In 1932 werd hij door Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakur ingewijd als zijn leerling en ontving hij de naam Abhay Charanaravinda. Bij uitzondering gaf Srila Bhaktisiddhanta, die heel tevreden was over Abhay’s kwaliteiten, hem tegelijkertijd de heilige draad. Nu was hij een brahmana, die de tempel-murti mocht vereren en yajna’s mocht leiden.
Omdat hij inmiddels getrouwd was, woonde hij niet in een tempel en maakte op het eerste gezicht geen volledig deel uit van de Gaudiya Matha. Toch voelde Abhay een sterke verantwoordelijkheid naar zijn geestelijk leraar toe en zocht hij zo veel hij kon het gezelschap van de toegewijden, en zij dat van hem.

Getrouwd, maar toch alleen
Zijn gezin breidde zich uit en het was zijn plicht om voor zijn familie te zorgen. Abhay had inmiddels een eigen bedrijfje opgebouwd, maar zijn hart ging meer en meer uit naar het verspreiden van de boodschap van het Krishna-bewustzijn. Hij nam elke gelegenheid aan om te prediken.
De verantwoordelijkheid voor zijn gezin en zijn predikactiviteiten leken echter met elkaar in botsing te komen. Kadharani was thuis een religieuze echtgenote en een goede moeder, maar het idee om zich actief in te zetten om het Krishna-bewustzijn te verspreiden sprak haar niet aan. Zelfs toen Abhay pogingen deed om thuis bijeenkomsten te houden en de Bhagavadgita te bespreken, bleef ze liever boven zitten om thee te drinken.
Ondanks haar koppigheid bleef Abhay geduldig en probeerde hij haar er steeds bij te betrekken.

De transcendentale zakenman
Als vertegenwoordiger van de farmaceutische industrie reisde Abhay veel met de trein, vooral in het noorden van India. Hij dacht dat hij, als hij rijk werd, zijn geld goed zou kunnen gebruiken om de boodschap van Srila Bhaktisiddhanta te verspreiden. Deze gedachte stimuleerde hem bij het zaken doen.
Abhay was niet in de gelegenheid om met zijn geestelijk leraar mee te reizen of hem vaak te zien, maar als het enigszins mogelijk was probeerde hij een zakenreis naar Calcutta te plannen, op een moment dat zijn gum daar ook aanwezig was. Op die manier lukte het hem om Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati in vier jaar ongeveer twaalf keer te zien.

”Als je ooit geld mocht hebben….’’
In november 1935 ontmoette hij opnieuw zijn geestelijk leraar, ditmaal in Vrindavan. Pas later zou duidelijk worden dat dit de laatste keer was dat Abhay Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati zou zien. In het gesprek dat toen plaatsvond kreeg Abhay een belangrijke instructie, die hem diep raakte en die het verloop van zijn verdere leven zou bepalen.
Hij wandelde samen met zijn Gurudeva en enkele andere discipelen langs het Radha-kunda meer in Vraja- mandala, het heilige district rondom Sri Vrindavan Dham. Het was Kartik, de meest gunstige maand van het jaar voor de Vaishnava’s, en de transcendentale atmosfeer van Radha’s geliefde meer was weldadig. Abhay voelde zich bijzonder fortuinlijk om daar met zijn geestelijk leraar te mogen zijn.
Maar Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati maakte zich zorgen. Sommige van zijn discipelen waren nu al aan het ruziën over de opvolging en het eigendomsrecht van de bezittingen van de Gaudiya Matha. Hij vroeg zich af wat er zou gaan gebeuren na zijn heengaan. Diep verontrust merkte hij op dat hij het liefst al het marmer van de tempelwanden zou willen afhalen om het te verkopen en van dat geld boeken te drukken. Abhay voelde zich aangesproken door de urgente woorden van zijn gum. Maar wat kon hij doen?
Toen wendde Srila Bhaktisiddhanta zich tot Abhay en sprak ernstig: “Ik had een verlangen om boeken te drukken. Als je ooit geld mocht hebben, laat er dan boeken voor drukken.” Vanaf dat moment wist Abhay wat hem te doen stond als hij zijn geestelijk leraar werkelijk wilde plezieren. Maar het zou nog jaren duren voor hij zijn plannen tot uitvoer zou kunnen brengen.

De brief
Na een ziekbed verliet Srila Bhaktisiddhanta zijn lichaam in december van het jaar 1936. Hij was bijna 63 jaar in deze wereld geweest. Een maand voor zijn heengaan schreef Abhay hem een brief, met daarin, zoals hij later zou zeggen, de enige vraag die hij zijn guru ooit had gesteld. Hij vond dat hij als grihastha zijn geestelijk leraar niet volledig kon dienen en wilde weten of er iets specifieks was wat hij voor hem kon doen.
Twee weken later kwam het antwoord:
“Ik heb er alle vertrouwen in dat jij onze denkbeelden en redeneringen in het Engels kunt uitleggen aan de mensen die onze talen (Bengaals en Hindi) niet spreken. Dat zal zowel jou als je toehoorders ten goede komen. Ik heb alle hoop dat jij een hele goede Engelssprekende prediker zult worden.”

Srila Prabhupada Meets His Guru

Bron: Het leven en Werk van Srila Prabhupada
Gebaseerd op de Srila Prabhupada-Lilamrita door Satsvarupa dasa Goswami
Selectie en Bewerking door Gokula Vrindavan devi dasi en Rati Manjari devi dasi